Poubelle 1

Voedselpiraten duiken in afval supermarkt

LYON – Pure noodzaak voor de een, een principe voor de ander: eten dat niet bedorven is, gooi je niet weg, dat eet je op. Wat er dan nog over is, dat deel je met anderen. Natuurlijk is er is ook de kick van het schatgraven: dure wijn uit Saint Émilion (beschadigd etiket) en zelfs foie gras. Voorbeelden van dit soort verspilling zijn er genoeg. ‘We hebben het echt wekenlang gegeten. Zelfs de kat kon geen foie gras meer zien.’

Het is tegen elf uur als de kleine Peugeot het verlate parkeerterrein van de Intermarché opdraait. Het gebouw is slecht verlicht, maar in het schemerdonker aan de overkant zijn stemmen te horen. Zouden er al anderen zijn? Even wachten tot de kust veilig is.

Hoofdlamp, handschoenen en een paar stevige tassen niet te vergeten. En nog iets: ‘Als er politie komt, zeg dan maar dat we studenten zijn en dat we gewoon honger hebben. Dat snappen ze wel.’

Lisa en Mathieu zijn er klaar voor. Het is voor hen de tweede keer dat ze meegaan met een récup’: een wekelijkse tocht langs de afvalbakken om het eetbare voedsel te recupereren. Eva heeft de meeste ervaring. Ze kent de plek goed. ‘Je kunt hier ongestoord je gang gaan. Er staan wel camera’s op de containers gericht, maar er gebeurt er niks met die beelden. En we laten alles netjes achter. Soms nog iets netter dan dat we de boel aantroffen.’

Via een bosje aan de zijkant van het gebouw komen we op een smal pad dat eindigt bij een vier meter hoge muur. Daarachter staan de afvalcontainers. Er moet geklommen worden. Lisa gaat eerst. Behendig zet ze haar voeten in de gaten in de muur. In een paar tellen is ze boven. De tassen worden naar boven gegooid.

Het drietal maakt deel uit van de beweging Les Gars’pilleurs die met enige regelmaat de afvalcontainers afschuimen op zoek naar voedsel dat nog gewoon eetbaar is. Daags na zo’n nachtelijke strooptocht wordt het voedsel op straat weggegeven. Het is de bedoeling het publiek meer bewust te maken en te wijzen op oorzaken van de voedselverspilling.

De groep kwam in het nieuws toen het Franse parlement drie weken geleden unaniem een wet aannam die supermarkten moet dwingen om voedsel waarvan de uiterste verkoopdatum is verstreken, niet meer klakkeloos te dumpen. Ze worden verplicht dit weg te geven aan liefdadigheidsinstellingen.

Op het plein in het centrum van Lyon worden tegen tien uur ‘s avonds de verschillende plekken doorgenomen. De ervaring leert dat de containers van de verschillende supermarktketens niet allemaal hetzelfde aanbod hebben. En zelfs deze piraten hebben zo hun voorkeuren. ‘Ik heb geen zin in alleen maar groente.’

Besloten wordt om vanavond in verband met de hoge temperaturen geen vlees mee te nemen. Normaal gesproken heeft niemand daar moeite mee. ‘In de winter, als het buiten vijf graden is, kun je ook rustig vis eten’, zegt Eva. ‘We vinden een hoop voedsel van lage kwaliteit, denk aan pizza’s of tosti’s die je alleen nog maar hoeft op te warmen. Maar er zitten altijd verassingen bij, het is ook een beetje schatgraven.’

‘Die wet. Een succesje? Ik zou opscheppen wanneer ik zou zeggen dat de groeiende aandacht voor ons werk daarmee te maken heeft. En we moeten nog zien wat er in de praktijk gaat gebeuren. Die wet moet nog door de senaat goedgekeurd worden. Er zal door de lobby van de supermarkten zeker geprobeerd worden om de boete van 75.000 euro omlaag te schroeven. En wat hou je dan over? Een tekst, een wassen neus, ja.’

De verspilling zou in Frankrijk inmiddels opgelopen zijn tot twintig tot dertig kilo per jaar, zo’n 12 tot 20 miljard euro per jaar. Maar als je de bizarre hoeveelheden eetbaar voedsel ziet die de Gars’pilleurs wekelijks in hun tassen laden, dan lijkt het moeilijk vol te houden dat de oorzaak van de verspilling bij de consument ligt. Of zoals de Franse minister van Landbouw Stéphane Le Foll het eind vorig jaar verwoordde: ‘Fransen moeten hun bord leegeten.’

Aan het begin van de avond had Damien, Gars’pilleur van de eerste uur, juist uitgelegd dat de oorzaak van de verspilling niet de consument is maar veeleer het systeem als geheel. Damien: ‘Er wordt veel te veel geproduceerd. We moeten naar een systeem dat beter in staat is om op maat voedsel te produceren. Dat betekent een betere organisatie van de voedselproductie.’

Vraag en aanbod moeten opnieuw op elkaar afgestemd worden. En dat kan alleen als je lijnen kort zijn, als je weet wat consumenten willen. Het beleid moet gericht zijn op stimuleren van lokale voedselketens, dat is volgens de Gars’pilleurs veel efficiënter.

De wet die nu supermarkten gaat verplichten voedsel te doneren, wordt daarom met een zekere argwaan bekeken. Het weggeven van voedsel lijkt misschien een goed idee, maar de vraag is of de liefdadigheidsinstellingen wel in staat zijn om het afhalen van het voedsel te organiseren. Ze hebben er de middelen en de mensen niet voor. Daarbij vinden de Gars’pilleurs het onterecht dat de bal bij de liefdadigheidsinstellingen wordt gelegd. Zij worden dan verantwoordelijk gehouden voor de verspilling terwijl de supermarkten goede sier kunnen maken met hun solidariteit.

Voor Eva is het afschuimen van de afvalcontainers uit nood geboren. Ze studeerde en had een bijbaantje in een supermarkt. ‘Daar zag ik voor het eerst hoeveel er werd weggegooid. Er zijn winkels waar na sluitingstijd sommige etenswaren onder de werknemers worden verdeeld, maar in de meeste gevallen gebeurt dat niet. In mijn supermarkt ook niet. Zelfs als er brood over was, dan hoefde je er niet aan te denken om er een mee naar huis te nemen. Terwijl je weet dat zodra je de deur uitstapt, het brood het eerste is dat in de container verdwijnt. Dat heeft de aanzet gegeven. Toen zijn we zelf maar de containers afgegaan.’

Na twintig minuten kan Mathieu onderaan de muur de eerste tassen aanpakken. Ontbijtkoeken, chocola, flessen gesteriliseerde melk, zakken M&M’s. ,,Ik winkel hier altijd graag”, grijnst Eva als ze even later beneden is.

‘Kijk uit, voorzichtig, er komen nu eieren’, fluistert Lisa. Als we even later bij de auto staan heerst er een licht euforische stemming. De auto is volgeladen met koek, melk, biscuits en chocoladerepen van Kinder.

Op het Place Saint Louis wordt vroeg in de morgen het beste van de buit verdeeld. Morgen is er een openbare distrib’ waar de rest wordt weggegeven. Een voor een komen de auto’s terug van hun nachtelijke tocht. In een mum van tijd groeit er een waar eiland van tassen vol voedsel: lasagnebladen verpakte gesneden groenten, bananen, aardbeien en paprika’s, een net aardappels, verse champignons, kazen in plastic en prachtig verpakte bonbons gemaakt van biologische chocolade. Tegen de afspraak zijn er zelfs kippenpoten. ‘Ze zien er prima uit. Gewoon straks meteen aanbraden, morgen eten’, luidt het devies van de vinder.

‘Wie wil er nog een potje honing?’  Eén potje? Vol trots laadt Cyril de kartonnen tree vol potten honing uit. ‘Er moet een pot gebroken zijn. Dan kieperen ze vervolgens de hele doos weg. Dat zien we zo vaak. Zit er een gedeukte pot yoghurt tussen, kunnen ze alle twaalf weg.’

Sisi komt oorspronkelijk uit Madagascar. Ze weet wat armoede is en ook hoe het voelt om niks te eten hebben. Als ik mijn familie vertel wat we hier uit de afvalcontainers vissen dan geloven ze me niet. Ze pakt een blikje champignons van een flinke stapel conserven en wijst op de houdbaarheidsdatum: 2019. ‘Ik kan niet tegen deze verspilling, Er zijn mensen die honger hebben.’

De activiteiten van de Gars’pilleurs zijn illegaal, maar in de praktijk wordt er weinig tegen ze ondernomen. Cyril: ‘Ik heb het een keer meegemaakt dat er een confrontatie dreigde. We liepen tegen de eigenaar aan die toevallig in het pand aanwezig was. Hij begon te schelden en stennis te schoppen. Politie erbij. Die wist de man te sussen en stelde de groep Gars’pilleurs in de gelegenheid de volle tassen even in het nabijgelegen bosje te parkeren. (‘Die haal je gewoon straks op.’) De politie kent de problematiek van de steden maar al te goed. De poubelles langsgaan is allang geen bezigheid meer waar alleen daklozen zich mee bezig houden.’

De volgende dag wordt de overgebleven buit op straat weggegeven. Het is warm, de biologische chocoladebonbons beginnen te smelten en ook de aardbeien hebben het zwaar. Enkele dames vullen hun boodschappentrolley met groenten en conserven. De verbazing is tekenend. Sommige mensen kunnen het niet geloven: ‘Hebben jullie dit echt in een afvalcontainer gevonden?’

[De namen van de betrokkenen zijn uit privacy-overwegingen veranderd.] 

[KADER]

Frankrijk telt een viertal actiegroepen die bezighouden met het thema voedselverspilling. Disco-soupe is de oudste, deze groep begon in 2012 met het organiseren van ludieke evenementen om zo het grote publiek bewust te maken van de enorme hoeveelheden voedsel die ongegeten in de afvalcontainer belanden. Ze zijn inmiddels al in twintig landen actief. Verder zijn er nog Zéro Gâchis en Re-bon. Les Gars’pilleurs begonnen in 2013. Hun récup’ - en distrib’ acties krijgen navolging in een groeiend aantal Franse steden.

 

Gendarmes houden grens dicht 2

‘Hou vooral uw pet op, het wordt warm vandaag’

 

MENTON – ‘Hier loopt de grens. De Franse gendarme wijst naar een metalen merksteen in het trottoir. En hier staan wij. Precies op het midden van de Pont St. Ludovic. Het stroompje eronder is de officiële grens.’

De mannen staan hier de hele dag vertelt een van de gendarmes. ‘Er zijn drie ploegen die hier constant in de gaten moeten houden of de jongens niet in een onbewaakt ogenblik onderlangs de brug lopen. Maar dat is nog niet gebeurd.’

Een tiental meters verderop wassen enkele migranten zich in het zeewater. Langzaam neemt de zon bezit van de rotsen. Het is zeven uur en even omdraaien is er niet meer bij. Slapen op de rotsen is een ramp. De meesten liggen onder een laken. Sommigen houden zelfs hun hoofd bedekt. Een nieuwe dag. Sommige staren in de zee. Ze zijn jong, pubers nog. Hun blikken spreken boekdelen. Weer die ellende. Kan het nog even uitgesteld worden?

Gisteravond hebben enkele tientallen jongens het in hoofd gehaald om op het gortdroge gras van de brede middenberm van de Strada Statale N. 1 te gaan slapen. Daar kun je tenminste liggen. Het duurde niet lang voordat de Franse politie ingreep. Het is duidelijk dat voorkomen moet worden dat meer migranten deze plek bereiken. Hier staan de camera’s van verschillende televisiestations, hier zijn ogen van Europa op gericht.

Gere (38) en Yeaboh (37) en Ablel (35) zitten tegen de muur uit het zicht van de meeste camera’s en presentatoren die wankelend op de rotsen tussen de nog slapende mensen een live-je voor het ochtendjournaal afwerken.

De drie magere mannen zijn alledrie getrouwd, hebben kinderen, maar de armoede dwong hen om een belangrijke keuze te maken. ‘Twintig jaar heb ik in het Eritrese leger gezeten’, verteld Gere. ‘We kregen wel geld, noem het een soort zakgeld, dat kon je geen salaris noemen. Zeshonderd Nakfa. We rekenen het om en komen uit op zo’n tien euro per maand. Mijn vader wilde dat ik bleef, maar wat is nu onze toekomst? Ik weet het, ik heb hem verlaten, hij is tachtig. Dat is oud in Eritrea. Maar ik kon niet blijven. In april ben ik gegaan. Mijn dochters sliepen toen ik vertrok. Soms bellen we. Ze hopen dat ik wat geld kan sturen.’

De meesten zitten hier nu zo’n vijf dagen. De teleurstelling en de frustraties groeien met de dag. De Franse politie heeft tot nu toe altijd zich streng willen voordoen. Maar dat was schijn. Ondertussen wist iedereen dat de verschillende toegangswegen niet altijd werden gecontroleerd. De grens was hier in 2011 redelijk poreus. De Tunesiërs die destijds de zee overstaken vonden uiteindelijk altijd wel manieren om aan de andere kant te komen. Maar sinds die politieoperatie onder de métro op de Boulevard de la Chapelle in Parijs lijkt het wel of ze de deur even willen dichthouden.

Georges is 72 jaar. Hij schaamt zich ervoor om Europeaan te zijn en laat dat de aanwezige pers duidelijk weten. Met zijn bord blijft hij de hele ochtend langs de rotsen lopen. ‘Er komen steeds meer mensen die net als ik deze situatie onacceptabel vinden. Deze jongens hebben de grootst mogelijke ellende meegemaakt. Gisteren komt er jongen naar mij toe met een fles water. Of ik even wilde zitten. De armen in deze wereld zijn een stuk minder zelfzuchtig dan wij rijken, gelooft u mij maar. Delen kunnen we hier niet. Het gaat er ons enkel om onze kleine gemakken in stand te houden.’

In het verleden heeft hij wel jongens in de kofferbak meegenomen. Een toevallige voorbijganger hoort het en knikt. Georges kent de vluchtroutes via de bergen. Maar die zijn levensgevaarlijk. ‘Deze jongens zijn moe en kijk eens naar hun schoenen, daarmee red je het niet.’

Georges vertelt hoe hij een vrouw en man aantrof in de buurt van de Col de Tende. ‘De vrouw had een korte jurk aan. Haar benen waren door de keiharde ijssneeuw helemaal open geschuurd. We waren met de auto, mijn vrouw en ik. We keken elkaar aan. Een seconde, dezelfde gedachte: en wat als de politie ons snapt? Maar zo denk je niet als je dat ziet. We hebben ze meegenomen. Senegalezen. Ze waren door een smokkelaar aan de voet van de berg neergezet. Loop maar naar boven, daar moet je zijn.’

Er worden parasols uitgedeeld. Het is warm. Met grote doeken zijn een aantal provisorische tenten neergezet. Ter beschutting tegen de felle zon. Onder aan de zee, tussen de rotsen stinkt het. Een enkeling wast zich in het opspattende zeewater.

Particulieren brengen ‘s ochtends van alles naar deze plek. Enkele oudere medewerkers van het Rode Kruis zijn druk bezig om de spullen uit te zoeken. Er zijn dozen met sinaasappels en bananen. Rollen wc-papier, doekjes en grote dozen met biscuits. Er vormt zich een ordelijke rij voor de tent van het Rode Kruis. Lucie gaat eerst de migranten langs die op het muurtje zitten. Iedereen krijgt een hand en een vriendelijk woord. ‘Heeft u goed geslapen. Hou vooral uw pet op, het wordt warm vandaag.’

Beneden klinkt Ghanese hiphop. Twee jongens liggen op de rotsen onder een parasol. Zonnebrilletje op. Alsof dit cool is. Totdat ze hun bril afzetten. Ach, de meesten hebben al zoveel meegemaakt.

Handen voor gezicht 1

Met het geld van de geiten naar Europa

MENTON – Zo’n tweehonderd meter boven de strada statale 1. ligt de oude kustweg tussen Ventimiglia en Menton. Buiten het zicht van de camera’s draagt de Franse grenspolitie hier een paar keer per dag tientallen jongens over aan hun Italiaanse collega’s.

Een van de jongens schudt de hand van de Italiaanse Rode Kruismedewerker. Het is al de derde keer dat hij in deze bus naar Ventimiglia zit. De jongen krijgt een schouderklop. Zijn naam is Mohammed, hij is 22 jaar.

Mohammed komt uit Noumi, een dorp in Darfour. ‘Er vinden daar massaslachtingen plaats. Dat gebeurt in het geheim. De Arabische milities komen ‘s nachts in het dorp en snijden dan de kelen van de jongens door. Het heeft niks met religie te maken, het zijn ook moslims, alleen wij zijn zwart, dat is het verschil.’

Zijn vader is een kleine boer. Hij wilde niet dat zijn zoon vertrok, maar hij wist dat hij hem toch niet kon tegenhouden. Mohammed: ‘Mijn familie heeft niet veel geld. Daarom heeft mijn vader een deel van de geiten verkocht. We hadden er honderddertig. Met het geld van 45 geiten heb ik de tocht naar Europa kunnen maken.’

Hij wil graag naar Duitsland. ‘We zijn niet gekomen om hier op de rotsen te slapen. Waar is de menselijkheid gebleven.’

De Franse politie zegt dat ze weg moeten. Maar ze willen blijven. Totdat Frankrijk de grens opengooit. Malik (24) komt ook Darfur, uit de hoofdstad Nyala. Zijn vader had een kleine winkel. Maar door de oorlog moest hij die sluiten. ‘Bij een bombardement is mijn broer gedood. Hij stierf in mijn armen. We zijn in uiteindelijk gevlucht en in het Kalma kamp terechtgekomen. Mijn vader heeft geen werk meer. We hebben een oom die vanuit Egypte wat geld opstuurt. Dat is het, we hebben niets meer. Daarom ben ik vertrokken.’

De 29-jarige Ahmed schudt zijn hoofd. Hij gelooft het niet. Hij blijft herhalen hoe vervelend hij de Franse politie vindt. Hij is al een keer aan de andere kant geweest. Met de trein. Maar hij werd gesnapt. Voor de tweede keer nu. Drie maanden geleden is hij vertrokken uit Accra, de hoofdstad van Ghana.

Thuis hebben ze wat schapen en twee geiten. Achmed: ‘Die boerderij levert niks op. Daarbij is er die vervloekte burgeroorlog. De regering bombardeert elke dag onze dorpen en huizen. Ik wilde dit niet langer. Mijn ouders hebben me niet kunnen tegenhouden. Mijn moeder zei dat het wel goed zal komen inshallah. Met die woorden hebben we afscheid genomen.’

 

Borel 2

Hap slik snelweg

Eens in de twee weken rijd ik naar een onopvallende fabriekshal waar ik in een zijkamertje mag schaven aan het Engels van een groepje productmanagers in de voedselbranche.

So, tell me what’s your favourite French dish?’

Hooggeschoolde foodengineers zijn het, de dames en heren in kwestie maken niet zomaar wat boterhamworst. Het culinaire hoogstandje volgens authentiek recept luidt: een paté gehuld in een goudgele korstdeeg.

‘A nice and crusty meatpie, sir’

Aan de zijkant van het plaatstalen gebouw hangt een logo dat vermoedelijk is geïnspireerd op de beeltenis van de oorspronkelijke eigenaar: een glimlachende traiteur met koksmuts.

Onlangs stelde ik de groep voor een taalkundig tochtje te maken langs de volledig geautomatiseerde lopende band. Kosten van deze patéspuiter: een miljoen euro.

Zoiets verdien je vrij snel terug legden ze uit.

De vraag naar naar patés in korst groeit namelijk hard en dus ook de omvang van de pannen en ketels. Vol trots wezen de managers op de enorme badkuipen waar heerlijk wit varkensspek werd gemengd met enkele reuzenemmers witte wijn.

Ik trilde op mijn benen. Het moest de temperatuur in die hal zijn. De weeë wijndamp steeg naar mijn hoofd.

Opeens zag ik mezelf weer zitten naast mijn vader in de bioscoop. Een jaar of negen zal ik geweest zijn. We keken naar ‘De vleugel en de bout’, een film van Claude Zidi met een hoofdrol voor Louis de Funès. Plastic kip en rubberen sla. Hilarisch.

Vermoedelijk was het zo grappig omdat het herkenbaar was. Ook wij maakten op weg naar het zuiden een stop bij de man die door Zidi zo vreselijk op de hak werd genomen: Jacques Borel.

Borel was de man van de restauration rapide, een warme maaltijd voor duizenden mensen die onderweg waren naar de zee of de bergen. De vakantie van meneer Hulot, die lekker rustig naar de Middellandse zee tufte, het behoorde definitief tot het verleden.

Geen bochtige landweggetjes meer, maar kaarsrechte autoroutes. Geen tijd te verliezen, alles moest vooral heel snel. De kwaliteit deed er minder toe. Borel werd de uitvinder van de malbouffe, het slechte vreten. Het was zo smerig dat de Fransen er uiteindelijk niet meer wilden eten.

Toen kwam ook nog die film, een overduidelijke sneer naar Borel. Mensen reden liever om dan nog een keer aan zijn tafel te moeten aanschuiven. In 1983 viel het doek voor zijn keten van wegrestaurants.

We waren inmiddels in de laatste hal aangekomen. Die genadeloze wijnwolk en de aanblik van het vette spekbad had me bepaald geen goed gedaan. Nu stond ik oog in oog met een sandwichrobot die plakjes ham op een boterham mitrailleerde. Het zag er lekker uit.

Het resultaat van deze machine rolde in hoog tempo in de richting van de volautomatische injectie unit. Om de houdbaarheid nog wat te rekken werd hier aan het eind van de lijn een bepaald gas in de verpakking gespoten. De managers oogden trots. Deze dubbele boterhammen kun je na een half jaar nog rustig opeten.

Eerst plastic kip en en nu dus plastic sandwiches. Jacques Borel kreeg aan het eind van zijn leven gewoon een lintje. Fransen rijden en vergeten. Snel.

Hervorming collège moet schooluitval terugdringen

Het was een belofte die Hollande deed in 2012: het aantal scholieren dat zonder diploma de school verlaat – het gaat jaarlijks om zo’n 140.000 leerlingen in de leeftijd van 16 tot 25 jaar – moet met de helft naar beneden.

Drie jaar is er daarom gewerkt aan een hervorming van het collège. Deze middenschool waar leerlingen zitten tussen hun elfde en vijftiende jaar gaat vooraf aan ofwel een korte vakopleiding, ofwel het lycée. In het huidige systeem lukt het ruim driekwart van de leerlingen (77,3%) om na drie jaar het bijbehorende diploma, het baccalauréat (bac) te behalen. Een percentage dat de socialistische regering graag hoger ziet. Alleen een diploma biedt kansen op de arbeidsmarkt.

De huidige minister van Onderwijs Najat Vallaud-Belkacem wil vanaf het nieuwe schooljaar een aantal veranderingen doorvoeren. Die zijn er vooral op gericht om te voorkomen dat scholieren afhaken en zich gaan vervelen. Het huidige onderwijsprogramma op het collège zou namelijk gunstig zijn voor de goede leerlingen, maar de zwakkeren te weinig kansen bieden.

De scholen mogen volgend jaar zelf 20 procent van de lestijd besteden aan onderwijs in kleine groepen. Ook komt er meer persoonlijke begeleiding voor alle leerlingen en wordt vanaf het tweede jaar het leren van een tweede taal (Duits of Spaans) naast het Engels verplicht. Die tweede taal werd tot nu toe alleen gegeven in zogenaamde ‘bilangue’ klassen. Te elitair en daarom verdwijnen ze, net als de vakken Grieks en Latijn. In de plannen van de minister staat dat er 4000 banen bijkomen. Vooral docenten Spaans en Duits.

Collège France

,,Verveling is een dagelijkse realiteit“

PARIJS/AUBERVILLIERS – Meer uren voor persoonlijke begeleiding, onderwijs in kleinere groepen en voor iedereen een tweede taal vanaf de tweede. De hervorming van het Franse collège beoogt vooral de zwakkere leerlingen te willen helpen. De school moet scholieren weer gelijke kansen bieden.

Het is moeilijk te zeggen wie er gehoor geeft aan de oproep om te gaan staken dinsdag. Docenten klassieke talen zullen zeker niet ontbreken. Het is onduidelijk welke invulling er in de hervormingsplannen aan die vakken gegeven zal worden. Mogelijk komen Latijn en Grieks terug in een nieuw vak gericht op de talen en cultuur van de Oudheid, maar niks is zeker.

Maar afgezien van de logische weerstand bij de docenten Latijn en Grieks worden de nieuwe plannen zeker niet door iedereen van tafel geveegd. Veel docenten zijn het er wel over eens dat een hervorming nodig is, maar kunnen zich niet vinden in de huidige uitwerking. Ook sommige vakbonden verwijten de minister van Onderwijs Najat Vallaud-Belkacem dat ze te weinig gehoord zijn.

Kwaad bloed

Dat vindt Emilie ook. Ze is docent Frans in Aubervilliers, de noordelijke banlieue van Parijs. De hardnekkige problemen van de leerlingen kent ze wel. Ze wil vooral wijzen op het werk van de docenten. ,,In hun dagelijkse praktijk zijn mijn collega’s constant bezig met vernieuwingen. En dan krijgen ze van het ministerie te horen dat ze niks uitvoeren. Of deze: wist je dat hier in Aubersvilliers het aantal scholieren dat Latijn en Grieks heeft gekozen met 20 procent is gestegen? Valt dat te rijmen met de bewering dat deze vakken te elitair zou zijn? Vervolgens komt het ministerie met dit soort opgelegde hervormingen. Dat zet kwaad bloed bij veel docenten.”

De meeste docenten kennen de verschillende onderzoeken naar de kwaliteit van het onderwijs wel. Al jaren zijn de conclusies min of meer dezelfde: het algehele niveau van het collège is te laag en de achterstand bij elementaire vakken zoals wiskunde en Frans zorgt voor onoplosbare problemen later in het schooltraject. Alleen hoe die hervorming er dan uit moet zien, daarover verschillen de meningen.

Realiteit

Anne-Marie geeft al jaren Frans op het collège Léo Ferré in Gourdon, een klein stadje tussen Brives-la-Gaillarde en Cahors. De verveling waar de minister het de afgelopen weken herhaaldelijk over heeft gesproken is haar niet vreemd. Anne-Marie: ,,Nee dat is niet overdreven. Die verveling bij de leerlingen is een dagelijkse realiteit. Daarbij kunnen we de leerlingen die al zijn afgehaakt omdat ze de stof niet begrijpen zijn ook niet een jaar over laten doen. Er is geen alternatief. Sommigen zijn niet in staat om gewone Franse woorden foutloos te schrijven. We moeten ze laten overgaan ook al hebben ze het niveau niet.”

Het brevet, het diploma waarmee de vier jaar collège wordt afgesloten, is voor veel leerlingen al te hoog gegrepen. Anne-Marie: ,,Ik zie vooral kinderen die moe zijn door de overvolle lesprogramma’s. En dat zie je niet alleen op het collège, het begint al op de basisschool. Ze moeten daar in een kort tijdsbestek heel veel leren. Dat gaat veel te snel. Als je ze er een paar jaar later naar vraagt, hebben ze er niks van onthouden. Er is geen tijd om de dingen in een langzamer tempo te leren. En aan het einde blijkt dat dat de basis niet onder de knie is. Je zou ze wel willen helpen, maar het kan gewoon niet. Je hebt er zelf ook de tijd niet voor.”

Om het werk enigszins te verlichten beloofde Hollande bij zijn aantreden daarom meer mensen voor de klas te zetten. Emilie: ,,Ze moesten iets doen om hun belofte na te komen. En dat is een deel van de waarheid achter de gepresenteerde hervormingen: het onderwijs is zo onaantrekkelijk geworden dat er nu geen voldoende kandidaten meer zijn. Let maar op die docenten klassieke talen gaan straks gewoon als docent Frans aan de slag.”